Leeuwarden, 25 juni 2026 – Met een kick-off tijdens het New Energy Forum gaat het grensoverstijgende project Watts in Grass!? officieel van start. Het project ontvangt € 2,94 miljoen aan cofinanciering vanuit het Interreg VI A-programma Deutschland-Nederland.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en worden ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.
In eerste instantie leek er van een verlenging geen sprake te zijn. Uit de evaluatie bleek dat de regeling niet de doorslaggevende reden was voor tuinders om besparende maatregelen te nemen. De staatssecretaris benoemde dat de maatregelen niet meer specifiek hoeven te worden ondersteund omdat het rendement van de maatregelen hoog genoeg is. Omdat de regeling wel bijdraagt aan de gestelde doelen is er toch sprake van een verlenging tot juli 2022. 61% van de glastuinbouwondernemers die geen gebruik van de subsidiemodule hebben kunnen maken, hebben ook geen investering gedaan die valt binnen de regeling. Daarbij heeft 15% van de gebruikers van deze subsidie geïnvesteerd in zaken die niet in de lijst technieken - die gelden binnen de regeling - zijn opgenomen.
De EHG-regeling is een vervolg op de IRE-regeling. De subsidieregeling Investering in Energiebesparing (IRE) is in 2007 voor het eerst opengesteld. In 2013 is de IRE opgegaan in de IMM en in 2016 is de IMM opgegaan in de EHG. Deze investeringssubsidie stimuleert een beperkte lijst technieken voor energiebesparing in de glastuinbouw. De regeling is onderdeel van het meerjarenafspraak Energietransitie Glastuinbouw 2014-2020. Met deze meerjarenafspraak hoopt het rijk alle nieuwe kassen netto energie neutraal te krijgen en het energieverbruik van bestaande kassen fors te verminderen. De maatregelen die onder de regeling vallen zijn voornamelijk gericht op innovatie, praktijkintroductie en stimulering van bredere invoering van energiebesparende technieken. Het hoofddoel is de glastuinbouw minder afhankelijk te maken van fossiele brandstof. Vanuit de regeling is tussen 2007 en medio 2015 is al voor circa €50 miljoen geïnvesteerd in energiebesparing in de glastuinbouw.